in-for-ma-ti-ca (de ~ (v.))
1 leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie => computerkunde
in-ge-nieur (de ~ (m.), ~s)
1 academicus die een technische opleiding heeft gevolgd
2 afgestudeerde aan een hogere technische school, textielschool of agrarische academie
com-pu-ter (de ~ (m.), ~s)
1 elektronische informatieverwerkende machine die door een reeks gecodeerde instructies wordt bestuurd
ICT (de ~ (v.))
1 technologie, gericht op het digitaal exploiteren van gegevens [informatie- en communicatietechnologie]